<v:shape id="_x0000_i1025" type="#_x0000_t75" style="width:130.5pt; height:69pt">
“RUIMTE VOOR ONTWIKKELING”
Verkiezingsprogramma 2011-2015
DEFINITIEF CONCEPT
Augustus
2010
1.Onze provincie, de rol van het provinciale bestuur en het CDA
De provincie Groningen heeft een eigen bestaansrecht, dat is geworteld in de unieke geschiedenis, taal en cultuur van Stad en Ommelanden. Dat geeft Groningen een eigen identiteit en de provincie is als zodanig herkenbaar. En dat moet volgens het CDA zo blijven.
Door de kredietcrisis en de economische recessie heeft de Rijksoverheid fors bezuinigd, onder andere op het provinciefonds. De inkomsten van de provincie zijn daardoor onder sterke druk komen te staan. Die druk heeft geleid tot een forse provinciale bezuinigingsoperatie met scherpe keuzes. Dat heeft ons veel pijn gedaan, zeker daar waar het de ingrepen in de sociale agenda betreft.
Uitgangspunt is geweest om daar te bezuinigen waar de provincie niet de verantwoordelijke overheid is en ons te concentreren op die zaken waar wij wettelijk verantwoordelijk voor zijn. Dat is met name het geval op de ruimtelijke, fysieke, culturele en economische inrichting van onze provincie. Daarin ligt de primaire taak van het provinciale bestuur.
Maar het kan van belang zijn dat dit bestuur ook andere zaken oppakt zoals sociaal beleid, zorg- en gezondheidsvoorzieningen, onderwijs, sport en recreatie. Om die reden steunen wij de instelling van een leefbaarheidsfonds, onze rol als regisseur van gebiedsgerichte opgaven en als samenwerkingspartner van gemeenten. Een provincie die bijspringt daar waar nodig, binnen de beperkte financiële ruimte die er is.
Onze provincie kenmerkt zich door een groot platteland met veel dorpen en dorpjes, een aantal kleine steden en de stad Groningen. De Stad is niet alleen van groot belang voor de economische ontwikkeling van de provincie, maar is ook een centrum van onderwijs en onderzoek, cultuur,medische dienstverlening en andere activiteiten. In het beleid van de provincie moet dat zichtbaar zijn. Het CDA acht een hechte samenwerking tussen het stads- en provinciale bestuur van grote betekenis voor de ontwikkeling van de gehele provincie.
Op het gebied van de primaire taken van de provincie zijn er talloze vraagstukken, die de provinciegrenzen overstijgen. De bestaande Noordelijke samenwerking tussen Friesland, Drenthe en Groningen is van grote betekenis. Zij versterkt de positie van de noordelijke regio in Den Haag en Brussel. Juist een hechte samenwerking met behoud van de eigen identiteit vermindert de drang tot samenvoeging van provincies. Het CDA wil de Noordelijke samenwerking de komende jaren verder intensiveren door uitvoeringsdiensten daar waar mogelijk gezamenlijk te organiseren.
Naast samenwerking met andere overheden hecht het CDA waarde aan al die organisaties en instellingen die vaak met vele vrijwilligers zich inzetten voor en in de samenleving. Het CDA wil uitdrukkelijk in gesprek zijn met dit maatschappelijke middenveld maar ook met de inwoners van onze provincie. Die samenwerking tussen overheden, bedrijven, maatschappelijke organisaties en inwoners is noodzakelijk zodat samen wordt gewerkt aan een zichtbare en toekomstgerichte provincie.
Inwoners moeten tijdig worden geïnformeerd over ontwikkelingen en voorgenomen beleid. Inspraakmogelijkheden in een vroegtijdig stadium zijn noodzakelijk. Onze CDA-vertegenwoordigers in het provinciale bestuur moeten immers weten wat er leeft, kennis nemen van andermans ideeën en weten wat de verschillende belangen zijn die tegen elkaar moeten worden afgewogen. Uiteindelijk moet de provinciale overheid alle opvattingen en belangen wegen en knopen doorhakken.
In hun werkzaamheden voor de provincie baseren CDA-vertegenwoordigers zich op de uitgangspunten die zo kenmerkend zijn voor het CDA.
Rentmeesterschap betekent dat wij verantwoordelijk zijn voor alles wat de Schepper ons heeft toevertrouwd. De mens moet zorgvuldig omgaan met zijn of haar omgeving maar ook verantwoordelijkheid tonen voor andere mensen in zijn of haar omgeving. Ook de omgang met de uitkomsten van wetenschap, techniek, arbeidsverdeling, en cultureel erfgoed is een zorg voor onze gemeenschap. Huidige generaties mogen geen lasten doorschuiven naar de toekomst.
Solidariteit laat zien dat mensen boodschap aan elkaar hebben. Van de sterken mag worden verwacht dat zij hulp bieden aan de zwakkeren. De overheid heeft een belangrijke taak om een basisniveau te garanderen in de sociale zekerheid en de zorg en een beroep te doen op burgers en maatschappelijke organisaties te werken aan ontplooiing en participatie van mensen in onze samenleving.
Het CDA zet zich in voor een samenleving waarin de Bijbelse gerechtigheid kan opbloeien. Op het terrein van de provincie betekent dit dat die moet streven naar publieke gerechtigheid, dat de provincie in haar beleid het recht tot gelding moet brengen, rechtvaardig moet handelen en daarin vooral de belangen van zwakkeren en kansarmen moet beschermen.
Gespreide verantwoordelijkheid houdt in dat mensen en hun maatschappelijke organisaties hun eigen bestemming kunnen ontplooien. De overheid en in dit geval de provincie moet de eigen verantwoordelijkheid van mensen, hun gemeenten, hun organisaties erkennen en bevorderen en hun de ruimte en mogelijkheid verschaffen dat waar te maken. Daarom is het CDA groot voorstander van gedegen overleg met gemeenten, diverse maatschappelijke groeperingen zoals bedrijfsleven, buurt- en dorpsverenigingen en organisaties op het gebied van zorg,onderwijs, cultuur, sport en milieu.
Het CDA is zich ervan bewust dat de provinciale overheid een aantal zaken wel en niet kan. Zo heeft de provincie niet de mogelijkheid op het terrein van de sociale zekerheid regelend op te treden. Dat is de bevoegdheid van gemeenten en rijk. Maar het provinciale bestuur beschikt wel over talloze mogelijkheden de sociaal-economische structuur van onze provincie te versterken zodat direct of indirect deze uitgangspunten in het geding zijn.
Het CDA wil:
2. Bedrijvigheid, leren en werken
De provinciale overheid heeft de wettelijke taak om onze provincie zodanig mee in te richten dat de economie kan floreren. Dit beleid heeft in de afgelopen jaren duidelijk vruchten afgeworpen. Dat is echter geen reden om nu maar op onze lauweren te rusten. De werkloosheid is in een aantal gebieden binnen onze provincie nog altijd veel te hoog. Daarom moeten we blijven investeren in het verbeteren van de economische infrastructuur.
Daar hoort ook een volwaardig regionaal beleid bij. Het CDA wil dat de Europese en Rijksondersteuning ten aanzien van het regionaal beleid wordt gecontinueerd. Daar moet bij de vormgeving van het nieuwe Europese cohesiebeleid nu op worden ingespeeld door de provincie. Van belang is daarbij de Noordelijke internationale samenwerking te zoeken en de economische speerpunten.
Onderwijs en arbeidsmarkt
Onze provincie beschikt met zijn universiteit, zijn hogescholen en andere opleidingscentra over een zeer hoogwaardig scholings- en onderzoeksaanbod. In de huidige kennismaatschappij neemt het belang van scholing en onderzoek alleen maar toe. De provincie heeft geen directe bevoegdheid om regelend op te treden bij deze instellingen. Maar zij kan wel bevorderen dat vraag en aanbod van scholing tot elkaar komen. Zij kan waar nodig samenwerking stimuleren tussen deze instellingen en de afnemers van studenten en leerlingen. Ook de onderzoekcapaciteit van de universiteit en hogescholen kan worden ingezet om problemen in het bedrijfsleven en andere organisaties op te lossen. Die aanpak is zeer vruchtbaar gezien wat er bijvoorbeeld op het terrein van Groningen als energieprovincie reeds tot stand is gebracht. Voorts blijft een goede aansluiting van het beroepsonderwijs op de praktijk van groot belang.
Het CDA wil:
Midden-en kleinbedrijf
Het MKB , de motor van onze economie, is van groot belang om de arbeidsmarkt te versterken. Vele nieuwe ontwikkelingen vinden hun oorsprong in kleine en soms nieuwe bedrijven. Het CDA wenst deze dynamiek van het MKB te ondersteunen. Voorts moet worden benadrukt dat kleinschalige bedrijven van groot belang zijn voor de leefbaarheid van steden en dorpen.
Het CDA wil:
Recreatie en toerisme
Het belang van de toeristische en recreatieve sector voor onze economie is de afgelopen jaren toegenomen. Het CDA wil blijven investeren in Groningen als toeristische provincie en in voldoende recreatieve voorzieningen .
Het CDA wil:
Landbouw en visserij
De land- en tuinbouw is voor het CDA een sector die grote aandacht verdient. Groningen is een landbouwprovincie bij uitstek; de economische ontwikkeling van onze provincie is voor een aanmerkelijk deel afhankelijk van deze sector. Het CDA zet in op een duurzame ontwikkeling van land- en tuinbouw die evenwicht nastreeft met natuur en landschap. Er zijn kansen voor voortgaande schaalvergroting, biologische landbouw en verbreding van de productiemogelijkheden.
Het CDA wil:
Energie
Groningen is van oudsher een echte energieprovincie. Op basis van turf en later gas wordt al eeuwenlang voorzien in de energievoorziening van Nederland. De bouw van elektriciteitscentrales in de Eemshaven versterkt dit beeld nog meer. Het CDA wil die kracht van Groningen verder uitbouwen. Onze provincie beschikt door de Gasunie, Gasterra, de universiteit en andere kenniscentra over een unieke positie in de wereld. Dagelijks vinden duizenden mensen werk in deze sector.
Het provinciale beleid moet, wat het CDA betreft, blijven gestoeld op de zogenaamde Trias Energetica: inzetten op energiebesparing, verduurzaming en het zo schoon mogelijk gebruik van fossiele brandstoffen. Dit uitgangspunt dient zo snel mogelijk te worden vertaald in concrete projecten in het kader van een nieuw Energieakkoord tussen Noord-Nederland en het rijk.
Het CDA wil:
Bereikbaarheid en openbaar vervoer
Een goede bereikbaarheid is een basisvoorziening die in de komende jaren moet worden verbeterd. De kansen, die de Zuiderzeelijngelden bieden, moeten hiervoor ten volle worden benut. Het CDA staat onverkort achter de projecten zoals neergelegd in het Provinciale Meerjarenprogramma Infrastructuur en Transport en het Regionale Specifieke Pakket.
Noord-Nederland is een belangrijke schakel in de vervoersstroom tussen West- en Noordoost-Europa. Groningen vervult daarin een steeds grotere logistieke rol. Het CDA vindt dat deze functie verder ontwikkeld moet worden. Dat is van belang voor onze economie en werkgelegenheid. Daarom vindt het CDA het van groot belang dat de ontsluiting in beide richtingen zowel per spoor als over de weg wordt aangepakt.
Via de aanpak van de ringwegen, de transferia, de aanleg van tramlijnen, de verbetering van treinverbindingen en investeringen in fietspaden moet de stad Groningen de komende tien jaar structureel beter bereikbaar worden.
Meer dan vroeger moet bij het mobiliteitsbeleid worden ingezet op een goede mix van verschillende vervoersmogelijkheden. Goede fietspaden, transferia, openbaar vervoer en wegen kunnen niet los van elkaar worden bezien als het gaat om het bereikbaar maken van plaatsen in onze provincie.
Het CDA wil:
- Aanpak Zuidelijk Ringweg
Groningen;
- Project RegioTram;
- Verbeteren regionale treinverbindingen;
- Nieuwe wegverbinding Groningen - Winsum - Mensingeweer;
- Verdubbeling N33 (Assen - Zuidbroek / Zuidbroek - Appingedam);
- Aanpak N366 (Veendam - Stadskanaal - Ter Apel);
- Verbetering N360 (Groningen - Delfzijl);
3.Ruimtelijke ontwikkeling, water en milieu
Bij de invulling en verbetering van onze woon-, werk-, en leefomgeving is duurzaamheid voor het CDA van groot belang. Het is van groot belang dat de gemeenten en provincies bij de invulling van deze doelstelling in nauw contact treden met de inwoners, het bedrijfsleven, natuuur- en milieuorganisaties en andere groeperingen. Als ergens het adagium “overleggen en niet opleggen” geldt dan is dat hier van toepassing. Door de Provinciale Staten is in 2009, met ondersteuning van de CDA Statenfractie, het nieuwe Provinciale Omgevingsplan (POP) vastgesteld. Dit POP loopt in principe tot 2013. Het CDA is van mening dat bij goed functioneren het POP in de komende periode niet drastisch herzien moet worden.
Volkshuisvesting en Woningbouw
Om een hoge leefkwaliteit voor alle bewoners van de provincie te bereiken is het van groot belang dat de woningvoorraad in de provincie voor alle doelgroepen voldoende en van een goede kwaliteit is. Dit geldt zowel voor de koop- als de huursector. De provincie heeft hierin door samenwerking met de gemeenten en de woningbouwcorporaties een belangrijke regiefunctie. Die rol vertaalt zich vooral in het maken van afspraken over en vastleggen van woningbouwcontingenten in verband met groei, krimp, woonwensen en vervanging van de woningvoorraad.
In onze provincie is enerzijds sprake van een krimpende omvang van het aantal inwoners en huishoudens (Noord- en Oost-Groningen) en anderzijds van groei (regiogebied Groningen-Assen). Daarnaast is er sprake van een concentratie van wonen en voorzieningen in steden en hoofddorpen, zowel in krimp- als groeigebieden. Die ontwikkeling zal zich doorzetten. Woningbouw zal zich (moeten) voegen in deze trends. De kwaliteitsverbetering van bestaande huurwoningen verdient grote aandacht mede om het energie verbruik te verminderen.
Een deel van de voorraad particuliere woningen in de krimpgebieden komt onder druk te staan omdat ze bijkans onverkoopbaar zijn c.q. worden. Voor dit deel van de woningvoorraad moet een (opkoop)regeling worden bepleit bij het rijk, als één van de instrumenten voor de herstructurering van de woningvoorraad in die gebieden. Er moet ruimte zijn voor een invulling van open plekken in kleine dorpen en lintbebouwing alsmede voor het onderbrengen van de woonfunctie met kleinschalige bedrijfsactiviteiten binnen vrijkomende bedrijfsgebouwen in het buitengebied. Dit laatste zonder dat het de bedrijfsvoering van omliggende (agrarische) bedrijven teveel verstoord.
Het CDA wil:
Krimp
Krimpgebieden kenmerken zich door een trendmatige afname van het aantal inwoners en huishoudens. Jonge mensen vinden onvoldoende werk en trekken vaak weg. De bestaande bevolking vergrijst. Scholen krijgen het moeilijk. Deze in potentie negatieve spiraal moet zoveel mogelijk doorbroken worden. De reeds ingezette lijn om dat te doen moet stevig worden doorgetrokken. Daarbij moet nadrukkelijk oog zijn voor de kansen die krimp kan bieden. Door het structureel aanpakken van de door krimp veroorzaakte problemen. Investeren dus!
Het CDA wil:
Natuur en landschap
De afgelopen jaren is fors geïnvesteerd in natuurontwikkeling. Er is daarin veel vooruitgang geboekt. Er moet echter rekening worden gehouden met een geringer budget van het rijk. Voor het CDA geldt dat kwaliteit gaat boven kwantiteit: als men ergens aan begint doe het dan goed.
Het CDA wil:
Water
In de voorbije jaren zijn maatregelen voorbereid en ten dele tot uitvoering gebracht om het gewenste veiligheidsniveau voor extreme noodsituaties te realiseren. Deze moeten voor 2015 zijn afgerond. Het CDA wenst daaraan vast te houden. Wel maakt het CDA zich zorgen over de steeds hogere waterschapslasten. Naast de waterveiligheid acht het CDA de kwaliteit van het oppervlaktewater van groot belang.
Het CDA wil:
Milieu
De bescherming van ons milieu – water, lucht en bodem – is voor het CDA van wezenlijk belang. Daarbij gaat het vooral om een strikte toepassing en handhaving van bestaande wetten en regels. Dat moet nauwkeurig en deskundig gebeuren. Het CDA vindt dat er milieurendement valt te halen door bij investeringen uit te gaan van duurzaamheid en integraal ketenbeheer.
Het CDA wil:
4. Sociale samenhang
Sport, kunst en cultuur zijn zaken die voor het CDA van wezenlijk belang zijn omdat die juist een beroep doen op de mens als deel van de samenleving. Een samenleving die berust op wederzijds respect en verantwoordelijkheid voor elkaar waarin mensen zich met elkaar verbonden voelen en waarin zij actief kunnen participeren.
Vrijwilligers
Onze provincie kent een groot aantal verenigingen, waarin vrijwilligers een grote rol spelen. In de sport, in de kerken, in het bedrijfsleven, in de cultuur, in het welzijnswerk, in dorps- en wijkraden doen vrijwilligers belangeloos veel werk dat voor de gemeenschap van eminent belang is. Vrijwilligerswerk is het “cement” van onze samenleving. De erkenning daarvan is voor het CDA van wezenlijk belang. De overdracht van waarden en normen in sportclubs, jeugdwerk of andere verenigingen en scholen zijn belangrijk voor onze samenleving en de leefbaarheid in kernen. Goede initiatieven en voorbeelden op dit gebied krijgen ondersteuning in onze provincie.
Het CDA wil:
Sport
Gemeenten en de provincie hebben in onze provincie een uniek sportstimuleringsinstrument opgezet: het “Huis voor de Sport”. Die ondersteunt verenigingen bij de verbetering van hun organisatie en het bieden van een goed sportprogramma. Het CDA ondersteunt deze aanpak en wil dat topsport en breedtesport worden gestimuleerd. Topsportevenementen, zoals nationale en internationale kampioenschappen stimuleren deelname aan de sport en zijn goed voor het imago van Groningen.
Het CDA wil:
Cultuur, kunst en erfgoed
Groningen heeft een rijke culturele historie en een zeer gevarieerd cultureel leven. Het CDA vindt het van belang deze te behouden en op de hoogte van de tijd te houden. Het “Verhaal van Groningen”, de rijkdom en dynamiek van de eigen regio moet steeds naar buiten worden gebracht. Dit vergroot de aantrekkingskracht van onze provincie en versterkt de identiteit. Het is van belang dat deze cultuur open staat en toegankelijk is voor iedereen.
Het CDA wil:
Regionale media:
RTV Noord heeft een belangrijke plek in de Groningse samenleving. De omroep verdient de steun van de provincie. Het CDA erkent de redactionele autonomie en daarom dient de provincie terughoudend te zijn richting de omroep. De regionale omroep is een belangrijk instrument om de Groningse identiteit te versterken. Door middel van een stimuleringsregeling zou dit versterkt kunnen worden. Door de provincie Groningen zal in Den Haag aandacht gevraagd moeten worden voor de financiering, de positie en potentie van regionale omroepen. De verdeling van de omroepgelden moet worden verbeterd. De provincie stimuleert de samenwerking tussen RTV-Noord en andere regionale en lokale media.
Het CDA wil:
5. Zorg
Verantwoordelijkheid nemen en dragen voor elkaar is voor het CDA een basiswaarde in onze samenleving . Dat geldt niet alleen voor ons als individu maar even zeer voor de overheid, in dit geval het provinciale bestuur. Basiszorg is de zorg voor gezondheid en welzijn. Veel mensen zijn in staat hun eigen problemen op te lossen. Anderen hebben hulp nodig van mantelzorgers of van voorzieningen waarvoor de gemeenten in het kader van de WMO verantwoordelijk zijn. Van de provincie wordt gevraagd op te komen voor een goede spreiding van verzorgings- , verpleeg-, en ziekenhuizen.
Het CDA wil:
Jeugdzorg
Met de meeste jongeren gaat het goed. Dat is te danken aan opvoeding door ouders, goed onderwijs en het werk van vrijwilligersorganisaties. Ook jongeren kunnen veel zelf organiseren, vooral als zij een steuntje in de rug krijgen (jeugdhonken, subsidies). Toch zijn er jongeren die tussen wal en schip zijn geraakt. Zij komen in handen van de Jeugdzorg.
Het CDA zet zich al jaren in voor een meer preventieve aanpak waarbij zorg al in een eerder stadium kan worden aangeboden en jongeren dus niet in de feitelijke jeugdzorg terecht komen. De gemeenten zijn verantwoordelijk voor die preventieve zorg o.a. door het functioneren van de Centra voor Jeugd en Gezin. De provincie staat op afstand. Over de opzet van de jeugdzorg, met zijn vele deelorganisaties bestaat echter wel grote zorg. De provincie kan in de coördinatie en stimulering een belangrijke rol vervullen.
Het CDA wil:
6. Burger en bestuur
Het CDA gaat uit van het beginsel van gespreide verantwoordelijkheid. Voor de provincie houdt dat in dat zij zich niet moet inlaten met zaken die veel beter op het niveau van de gemeenten kunnen worden afgehandeld. Die staan het dichtst bij de inwoners. Tevens moet de provincie op haar eigen beleidsterreinen de inwoners van onze provincie zo veel mogelijk bij de besluitvorming betrekken. Betrokkenheid verhoogt de kans op doelmatigheid. De provincie moet erop toezien dat de bestuurskracht van gemeenten op peil blijft dan wel komt.
Het CDA wil:
7. Financiën en organisatie
Het financieel perspectief voor de provincie Groningen is
door de recente landelijke bezuinigingen fors onder druk komen te staan.
Ondanks de genomen maatregelen op de provinciale begroting is niet uit te
sluiten dat er nieuwe Rijksbezuinigingen op ons af komen. Desondanks wil het
CDA dat de provincie Groningen een gedegen financieel beleid blijft voeren. Daarbij
staan de volgende uitgangspunten centraal:
1. een structureel sluitende meerjarenbegroting;
2. voldoende flexibiliteit in de begrotingen om te kunnen inspelen op nieuwe ontwikkelingen;
3. nu de aandelen Essent zijn vervreemd een dusdanige vermogenspositie opbouwen
dat ook toekomstige generaties daarvan profijt hebben;
4. een voldoende reservepositie opbouwen dat eventuele risico’s en tegenvallers
kunnen worden opgevangen.
Indien het rijk de motorrijtuigenbelasting afschaft dient de provincie daarvoor in de plaats een ander eigen belastinggebied te krijgen, die wat de opbrengst betreft vergelijkbaar is met de bestaande opcenten van die belasting en de vrije ruimte (dat is dat deel wat de provincie wel mag heffen maar waarvan geen gebruik is gemaakt omdat daartoe de noodzaak ontbrak). Het CDA vindt dat er een directe relatie moet bestaan tussen een eventuele verhoging van de provinciale belastingen en de verhoging van specifieke uitgaven van de provincie. Zo weet de burger waaraan zijn of haar geld wordt besteed en kan de provincie daarover verantwoording afleggen. Ook een andere belasting dan de genoemde opcenten moet aan deze vereisten voldoen. Dat andere stelsel mag niet worden gebruikt om de bestaande belastingdruk te veranderen. De provincie voert immers geen inkomensbeleid.
Indien het rijk op een bepaald terrein bezuinigt, dient die bezuiniging in beginsel rechtstreeks ten laste te worden gebracht op het desbetreffende begrotingsonderdeel van de provincie.
De provincie heeft in 2010 een pakket van bezuinigingsmaatregelen genomen. Het CDA heeft daarmee ingestemd.
Het CDA wil:
8.Tot slot
Dit verkiezingsprogramma heeft twee doeleinden. Allereerst geeft het weer wat de visie is van het CDA in de provincie Groningen op een groot aantal beleidsterreinen. De inwoners van onze provincie kunnen hierdoor zien waar het CDA voor staat. Verder vormt dit programma een leidraad voor de te verkiezen CDA-leden van Provinciale Staten bij hun optreden in die Staten en voor de eventuele onderhandelingen over de vorming van een college van Gedeputeerde Staten.
Op- of aanmerkingen kunnen worden verzonden aan:
cdagroningen@online.nl