Zoeken

01/01/1970CDA-Verkiezingsprogramma voor de provincie

                        

 

<v:shape id="_x0000_i1025" type="#_x0000_t75" style="width:130.5pt; height:69pt">

 

 

 

 

 

“RUIMTE VOOR ONTWIKKELING”

Verkiezingsprogramma 2011-2015

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

DEFINITIEF CONCEPT

Augustus 2010
1.Onze provincie, de rol van het provinciale bestuur en het CDA

De provincie Groningen heeft een eigen bestaansrecht, dat is geworteld in de unieke geschiedenis, taal en cultuur van Stad en Ommelanden. Dat geeft Groningen een eigen identiteit en de provincie is als zodanig herkenbaar. En dat moet volgens het CDA zo blijven.

Door de kredietcrisis en de economische recessie heeft de Rijksoverheid fors bezuinigd, onder andere op het provinciefonds. De inkomsten van de provincie zijn daardoor onder sterke druk komen te staan. Die druk heeft geleid tot een forse provinciale bezuinigingsoperatie met scherpe keuzes. Dat heeft ons veel pijn gedaan, zeker daar waar het de ingrepen in de sociale agenda betreft.

Uitgangspunt is geweest om daar te bezuinigen waar de provincie niet de verantwoordelijke overheid is en ons te concentreren op die zaken waar wij wettelijk verantwoordelijk voor zijn. Dat is met name het geval op de ruimtelijke, fysieke, culturele en economische inrichting van onze provincie. Daarin ligt de primaire taak van het provinciale bestuur.

Maar het kan van belang zijn dat dit bestuur ook andere zaken oppakt zoals sociaal beleid, zorg- en gezondheidsvoorzieningen, onderwijs, sport en recreatie. Om die reden steunen wij de instelling van een leefbaarheidsfonds, onze rol als regisseur van gebiedsgerichte opgaven en als samenwerkingspartner van gemeenten. Een provincie die bijspringt daar waar nodig, binnen de beperkte financiële ruimte die er is.

Onze provincie kenmerkt zich door een groot platteland met veel dorpen en dorpjes, een aantal kleine steden en de stad Groningen. De Stad is niet alleen van groot belang voor de economische ontwikkeling van de provincie, maar is ook een centrum van onderwijs en onderzoek, cultuur,medische dienstverlening en andere activiteiten. In het beleid van de provincie moet dat zichtbaar zijn.  Het CDA acht een hechte samenwerking tussen het stads- en provinciale bestuur van grote betekenis voor de ontwikkeling van de gehele provincie.

Op het gebied van de primaire taken van de provincie zijn er talloze vraagstukken, die de provinciegrenzen overstijgen. De bestaande Noordelijke samenwerking tussen Friesland, Drenthe en Groningen is van grote betekenis. Zij versterkt de positie van de noordelijke regio in Den Haag en Brussel. Juist een hechte samenwerking met behoud van de eigen identiteit vermindert de drang tot samenvoeging van provincies. Het CDA wil de Noordelijke samenwerking de komende jaren verder intensiveren door uitvoeringsdiensten daar waar mogelijk gezamenlijk te organiseren.

Naast samenwerking met andere overheden hecht het CDA waarde aan al die organisaties en instellingen die vaak met  vele vrijwilligers zich inzetten voor en in de samenleving. Het CDA wil uitdrukkelijk in gesprek zijn met dit maatschappelijke middenveld maar ook met de inwoners van onze provincie. Die samenwerking tussen overheden, bedrijven, maatschappelijke organisaties en inwoners is noodzakelijk zodat samen wordt gewerkt aan een zichtbare en toekomstgerichte provincie.


Inwoners moeten tijdig worden geïnformeerd over ontwikkelingen en voorgenomen beleid. Inspraakmogelijkheden in een vroegtijdig stadium zijn noodzakelijk. Onze CDA-vertegenwoordigers in het provinciale bestuur moeten immers weten wat er leeft, kennis nemen van andermans ideeën en weten wat de verschillende belangen zijn die tegen elkaar moeten worden afgewogen. Uiteindelijk moet de provinciale overheid alle opvattingen en belangen wegen en knopen doorhakken.

In hun werkzaamheden voor de provincie baseren CDA-vertegenwoordigers zich op de uitgangspunten die zo kenmerkend zijn voor het CDA.

Rentmeesterschap betekent dat wij verantwoordelijk zijn voor alles wat de Schepper ons heeft toevertrouwd. De mens moet zorgvuldig omgaan met zijn of haar omgeving maar ook verantwoordelijkheid tonen voor andere mensen in zijn of haar omgeving. Ook de omgang met de uitkomsten van wetenschap, techniek, arbeidsverdeling, en cultureel erfgoed is een zorg voor onze gemeenschap. Huidige generaties mogen geen lasten doorschuiven naar de toekomst.

Solidariteit laat zien dat mensen boodschap aan elkaar hebben. Van de sterken mag worden verwacht dat zij hulp bieden aan de zwakkeren. De overheid heeft een belangrijke taak om een basisniveau te garanderen in de sociale zekerheid  en de zorg en een beroep te doen op burgers en maatschappelijke organisaties te werken aan ontplooiing en participatie van mensen in onze samenleving.

Het CDA zet zich in voor een samenleving waarin de Bijbelse gerechtigheid kan opbloeien. Op het terrein van de provincie betekent dit dat die moet streven naar publieke gerechtigheid, dat de provincie in haar beleid het recht tot gelding moet brengen, rechtvaardig moet handelen en daarin vooral de belangen van zwakkeren en kansarmen moet beschermen.

Gespreide verantwoordelijkheid houdt in dat mensen en hun maatschappelijke organisaties hun eigen bestemming kunnen ontplooien. De overheid en in dit geval de provincie moet de eigen verantwoordelijkheid van mensen, hun gemeenten, hun organisaties erkennen en bevorderen en hun de ruimte en mogelijkheid  verschaffen dat waar te maken. Daarom is het CDA groot voorstander van gedegen overleg met gemeenten, diverse maatschappelijke groeperingen zoals bedrijfsleven, buurt- en dorpsverenigingen en organisaties op het gebied van zorg,onderwijs, cultuur, sport en milieu.


Het CDA is zich ervan bewust dat de provinciale overheid een aantal zaken wel en niet kan. Zo heeft de provincie niet de mogelijkheid op het terrein van de sociale zekerheid regelend op te treden. Dat is de bevoegdheid van gemeenten en rijk. Maar het  provinciale bestuur beschikt wel over talloze mogelijkheden de sociaal-economische structuur van onze provincie te versterken zodat direct of indirect deze uitgangspunten in het geding zijn.

Het CDA wil:

  • de provincie Groningen zelfstandig en herkenbaar houden. Eén noordelijk landsdeel wijzen wij af;
  • zich sterk maken voor de culturele identiteit van onze provincie;
  • zich sterk maken voor de Groninger taal;
  • dat de provincie Groningen zich met name richt op de uitvoering van haar kerntaken maar daarbij wel voldoende oog houdt voor overige maatschappelijke uitdagingen en daar waar nodig bijspringt;
  • de samenwerking tussen gemeenten bevorderen;
  • het overleg tussen de besturen van de Stad en de Provincie versterken;
  • de samenwerking tussen de drie noordelijke provincies voortgaand intensiveren, inclusief de mogelijkheid van het  samenvoegen van uitvoeringsdiensten;
  • de betrokkenheid van organisaties, instellingen, verenigingen en inwoners bij het provinciale beleid bevorderen.

 

 

 


2. Bedrijvigheid, leren en werken

De provinciale overheid heeft de wettelijke taak om onze provincie zodanig mee in te richten dat de economie kan floreren. Dit beleid heeft in de afgelopen jaren duidelijk vruchten afgeworpen. Dat is echter geen reden om nu maar op onze lauweren te rusten. De werkloosheid is in een aantal gebieden binnen onze provincie nog altijd veel te hoog. Daarom moeten we blijven investeren in het verbeteren van de economische infrastructuur.

Daar hoort ook een volwaardig regionaal beleid bij. Het CDA wil dat de Europese en Rijksondersteuning ten aanzien van het regionaal beleid wordt gecontinueerd. Daar moet bij de vormgeving van het nieuwe Europese cohesiebeleid nu op worden ingespeeld door de provincie. Van belang is daarbij de Noordelijke internationale samenwerking te zoeken en de economische speerpunten.

 

Onderwijs en arbeidsmarkt

Onze provincie beschikt met zijn universiteit, zijn hogescholen  en andere opleidingscentra over een zeer hoogwaardig scholings- en onderzoeksaanbod. In de huidige kennismaatschappij neemt het belang van scholing en onderzoek alleen maar toe. De provincie heeft geen directe bevoegdheid om regelend op te treden bij deze instellingen. Maar zij kan wel bevorderen dat vraag en aanbod van scholing tot elkaar komen. Zij kan waar nodig samenwerking stimuleren tussen deze instellingen en de afnemers van studenten en leerlingen. Ook de onderzoekcapaciteit van de universiteit en hogescholen kan worden ingezet om problemen in het bedrijfsleven en andere organisaties op te lossen. Die aanpak is zeer vruchtbaar gezien wat er bijvoorbeeld op het terrein van Groningen als energieprovincie reeds tot stand is gebracht.  Voorts blijft een goede aansluiting van het beroepsonderwijs op de praktijk van groot belang.

Het CDA wil:

  • de samenwerking tussen de aanwezige kenniscentra, opleidingsinstituten, vakopleidingen en het bedrijfsleven versterken door onder meer te stimuleren dat het bedrijfsleven een grotere betrokkenheid krijgt bij vakopleidingen;
  • dat de provincie gezamenlijk met het bedrijfsleven en de kennisinstellingen werkt aan het verder uitbouwen van de internationale positie van Groningen als kennisregio voor ondermeer energie en onderzoeksproject van het UMCG, 'healthy ageing' (gezond oud worden).

 


Midden-en kleinbedrijf

Het MKB , de motor van onze economie, is van groot belang om de arbeidsmarkt te versterken. Vele nieuwe ontwikkelingen vinden hun oorsprong in kleine en soms nieuwe bedrijven. Het CDA wenst deze dynamiek van het MKB te ondersteunen. Voorts moet worden benadrukt dat kleinschalige bedrijven van groot belang zijn voor de leefbaarheid van steden en dorpen.

Het CDA wil:

  • dat de provinciale overheid intensief contact heeft met het MKB om te ontdekken waar knelpunten voor ondernemers worden gevoeld. Dit overleg dient een praktische aanpak van gebiedsgerichte investeringsplannen;
  • daar waar mogelijk is de regeldruk voor ondernemers verminderen;
  • via Europese en nationale middelen, met cofinanciering van de provincie, innovatie en investeringen in het bedrijfsleven te stimuleren;
  • een goede economische infrastructuur met moderne bedrijfsterreinen waarbij de herstructurering van bestaande terreinen de prioriteit moet krijgen boven aanleg van nieuwe bedrijventerreinen;
  • bestaande bedrijfsterreinen goed toegankelijk maken waarbij de verkeersoverlast van woongebieden wordt beperkt.

 

Recreatie en toerisme

Het belang van de toeristische en recreatieve sector voor onze economie is de afgelopen jaren toegenomen. Het CDA wil blijven investeren in Groningen als toeristische provincie en in voldoende recreatieve voorzieningen .

 

Het CDA wil:

  • een goede promotiecampagne over de toeristische mogelijkheden van onze provincie in binnen- en buitenland;
  • blijvende samenwerking tussen alle partijen die Groningen toeristisch aantrekkelijk maken;
  • kleine investeringen in toerisme bevorderen en ondersteunen;
  • aandacht voor de sportvisserij in onze provincie als belangrijke recreatieve activiteit.

 


Landbouw en visserij

De land- en tuinbouw is voor het CDA een sector die grote aandacht verdient. Groningen is een landbouwprovincie bij uitstek; de economische ontwikkeling van onze provincie is voor een aanmerkelijk deel afhankelijk van deze sector. Het CDA zet in op een duurzame ontwikkeling van land- en tuinbouw die evenwicht nastreeft met natuur en landschap. Er zijn kansen voor voortgaande schaalvergroting, biologische landbouw en verbreding van de productiemogelijkheden.

Het CDA wil:

  • behoud van hoogwaardige landbouwgrond voor landbouwdoeleinden. Het in grote mate omzetten van die grond voor andere bestemmingen moet worden afgewezen;
  • ruimtelijke reservering houden voor grootschalige (glas)tuinbouw in het Eemsmondgebied;
  • voldoende ruimte voor de ontwikkeling van agrarische bedrijven en verbreding van de landbouw daar waar mogelijk stimuleren;
  • marktgerichte biologische landbouw bevorderen;
  • de verwerking van Groninger landbouwproducten in de provincie Groningen moet zoveel mogelijk worden behouden en waar mogelijk uitgebreid. Dit heeft gunstige milieu- en werkgelegenheidseffecten;
  • dat de bestaande intensieve veehouderijen zich in Groningen zich kunnen blijven ontwikkelen. Bij uitbreidingen wordt door het toepassen van maatwerk rekening gehouden met de specifieke landschappelijke omstandigheden. Nieuwe vestiging van intensieve veehouderij wordt afgewezen;
  • dat bij de wijziging van het Gemeenschappelijke Landbouwbeleid in 2013 zo veel mogelijk Europees geld in de Groningse landbouw terecht komt. Een stevige basispremie per hectare om de voedselveiligheid,de voedselzekerheid, het dierenwelzijn en het landschapsbeheer veilig te stellen is daarbij van groot belang;
  • dat er ook de komende periode voldoende provinciale middelen als co-financiering beschikbaar worden gesteld voor het landelijk gebied;
  • aandacht voor de visserij, waarbij het provinciale beleid de haven van Lauwersoog zodanig moet ondersteunen dat de visafslag ook binnen het veranderend Europese beleid  zich kan blijven ontwikkelen;

 


Energie

Groningen is van oudsher een echte energieprovincie. Op basis van turf en later gas wordt al eeuwenlang voorzien in de energievoorziening van Nederland. De bouw van elektriciteitscentrales in de Eemshaven versterkt dit beeld nog meer. Het CDA wil die kracht van Groningen verder uitbouwen. Onze provincie beschikt door de Gasunie, Gasterra, de universiteit en andere kenniscentra over een unieke positie in de wereld. Dagelijks vinden duizenden mensen werk in deze sector.

Het provinciale beleid moet, wat het CDA betreft, blijven gestoeld op de zogenaamde Trias Energetica: inzetten op energiebesparing, verduurzaming en het zo schoon mogelijk gebruik van fossiele brandstoffen. Dit uitgangspunt dient zo snel mogelijk te worden vertaald in concrete projecten in het kader van een nieuw Energieakkoord tussen Noord-Nederland en het rijk.

Het CDA wil:

  • dat de provincie zich daar waar mogelijk inspant om tot een structurele verlaging van het energieverbruik te komen;
  • het gebruik van aardgas, groengas en biobrandstoffen stimuleren;
  • onderzoek en ontwikkeling van biobrandstof stimuleren door middel van een Noordelijk fonds;
  • inzetten op die vormen van duurzame energieopwekking die het beste passen bij de regionale omstandigheden en het hoogste energierendement opleveren tegen de laagste meerkosten;
  • het gebruik van reststoffen in de landbouw als biomassa stimuleren;
  • opslag van aardgas in lege gasvelden om het ontstaan van de gasrotonde te bevorderen waardoor Groningen hèt knooppunt van de energiezekerheid in West-Europa zal worden;
  • dat de provincie toeziet op de vergoeding van schade die verbonden is met de gaswinning, zodat er een optimaal gebruik wordt gemaakt van bestaande regelingen;
  • ‘off shore’ windenergie stimuleren en zich inzetten om zoveel mogelijk beheer en onderhoud vanuit de Eemshaven te laten plaatsvinden;
  • geen kernenergiecentrale in de Eemshaven, dit mede vanwege de noodzakelijke spreiding van de nationale energievoorziening en het aan kernenergie gebonden transport of opslag van kernafval.

 

 

 

Bereikbaarheid en openbaar vervoer

Een goede bereikbaarheid is een basisvoorziening die in de komende jaren moet worden verbeterd. De kansen, die de Zuiderzeelijngelden bieden, moeten hiervoor ten volle worden benut. Het CDA staat onverkort achter de projecten zoals neergelegd in het Provinciale Meerjarenprogramma Infrastructuur en Transport en het Regionale Specifieke Pakket.

Noord-Nederland is een belangrijke schakel in de vervoersstroom tussen West- en Noordoost-Europa. Groningen vervult daarin een steeds grotere logistieke rol. Het CDA vindt dat deze functie verder ontwikkeld moet worden. Dat is van belang voor onze economie en werkgelegenheid. Daarom vindt het CDA het van groot belang dat de ontsluiting in beide richtingen zowel per spoor als over de weg wordt aangepakt.

Via de aanpak van de ringwegen, de transferia, de aanleg van  tramlijnen, de verbetering van  treinverbindingen en  investeringen in  fietspaden moet de stad Groningen de komende tien jaar structureel beter bereikbaar worden.

Meer dan vroeger moet bij het mobiliteitsbeleid worden ingezet op een goede mix van verschillende vervoersmogelijkheden. Goede fietspaden, transferia, openbaar vervoer en wegen kunnen niet los van elkaar worden bezien als het gaat om het bereikbaar maken van plaatsen in onze provincie.

Het CDA wil:

  • uitvoering van het Regionaal Specifiek Pakket (RSP) en het provinciaal Meerjarenprogramma Infrastructuur en Transport (MIT), om zo de ontsluiting van Stad en Ommeland de komende jaren structureel te verbeteren, het gaat dan om onder andere de volgende projecten:

- Aanpak Zuidelijk Ringweg Groningen;
- Project RegioTram;
- Verbeteren regionale treinverbindingen;
- Nieuwe wegverbinding Groningen - Winsum - Mensingeweer;
- Verdubbeling N33 (Assen - Zuidbroek / Zuidbroek - Appingedam);
- Aanpak N366 (Veendam - Stadskanaal - Ter Apel);
- Verbetering N360 (Groningen - Delfzijl);
              

  • in aanvulling op de projecten uit het RSP en MIT extra aandacht voor de overlast die zwaar (landbouw-) verkeer veroorzaakt in de dorpen;
  • meer snelle fietsverbindingen tussen Stad en Ommeland;
  • investeren in de fietsverbindingen met scholen om zo de veiligheid voor de jeugd te verbeteren;
  • blijven investeren in een beter en vraaggestuurd openbaar vervoer;
  • baanverlenging van Groningen Airport realiseren;
  • verbetering van de treinverbinding met Duitsland;
  • goede samenwerking tussen Groningen Seaports en andere logistieke knooppunten zoals het Railport Groningen, de Duitse havens en Groningen Airport bevorderen;

 


3.Ruimtelijke ontwikkeling, water en milieu

Bij de invulling en verbetering van onze woon-, werk-, en leefomgeving is duurzaamheid voor het CDA van groot belang. Het is van groot belang dat de gemeenten en provincies bij de invulling van deze doelstelling in nauw contact treden met de inwoners, het bedrijfsleven, natuuur- en milieuorganisaties en andere groeperingen. Als ergens het adagium “overleggen en niet opleggen” geldt dan is dat hier van toepassing. Door de Provinciale Staten is in 2009, met ondersteuning van de CDA Statenfractie, het nieuwe Provinciale Omgevingsplan (POP) vastgesteld. Dit POP loopt in principe tot 2013. Het CDA is van mening dat bij goed functioneren het POP in de komende periode niet drastisch herzien moet worden.

 

Volkshuisvesting en Woningbouw

Om een hoge leefkwaliteit voor alle bewoners van de provincie te bereiken is het van groot belang dat de woningvoorraad in de provincie voor alle doelgroepen voldoende en van een goede kwaliteit is. Dit geldt zowel voor de koop- als de huursector. De provincie heeft hierin door samenwerking met de gemeenten en de woningbouwcorporaties een belangrijke regiefunctie. Die rol vertaalt zich vooral in het maken van afspraken over en vastleggen van woningbouwcontingenten in verband met groei, krimp, woonwensen en vervanging van de woningvoorraad.

In onze provincie is enerzijds sprake van een krimpende omvang van het aantal inwoners en huishoudens (Noord- en Oost-Groningen) en anderzijds van groei (regiogebied Groningen-Assen). Daarnaast is er sprake van een concentratie van wonen en voorzieningen in steden en hoofddorpen, zowel in krimp- als groeigebieden. Die ontwikkeling zal zich doorzetten. Woningbouw zal zich (moeten) voegen in deze trends. De kwaliteitsverbetering van bestaande huurwoningen verdient grote aandacht mede om het energie verbruik te verminderen.

Een deel van de voorraad particuliere woningen in de krimpgebieden komt onder druk te staan omdat ze bijkans onverkoopbaar zijn c.q. worden. Voor dit deel van de woningvoorraad moet een (opkoop)regeling worden bepleit bij het rijk, als één van de instrumenten voor de herstructurering van  de woningvoorraad in die gebieden. Er moet ruimte zijn voor een invulling van open plekken in kleine dorpen en lintbebouwing alsmede voor het onderbrengen van de woonfunctie met kleinschalige bedrijfsactiviteiten binnen vrijkomende bedrijfsgebouwen in het buitengebied. Dit laatste zonder dat het de bedrijfsvoering van omliggende (agrarische) bedrijven teveel verstoord.

 

Het CDA wil:

  • dat de provincie het voortouw blijft nemen in de samenwerking met de gemeenten en de woningbouwcorporaties bij de ontwikkeling van het volkshuisvestings- en woningbouwbeleid;
  • de Blauwe Stad duurzaam en verantwoord doorontwikkelen;
  • verdergaande regionale afstemming rond grootschalige woningbouwprojecten;
  • concentratie van wonen en voorzieningen in steden en hoofddorpen ondersteunen via uitbreiding van de voorraad en herstructurering;
  • dat in het deel van de provincie waar groei van het aantal huishoudens wordt verwacht er voldoende mogelijkheden worden gegeven om aan de koop- en huurvraag te voldoen;
  • dat in krimpgebieden de provincie de gemeenten ondersteunt op basis van woon- en leefbaarheidsplannen, waarin herstructurering van de woningvoorraad is uitgewerkt;
  • gezamenlijk met andere overheden een regeling opzetten voor particuliere woningverbetering, met name in de krimpgebieden;
  • dat er meer aandacht wordt besteed aan het verminderen van het energieverbruik in huurwoningen;
  • dat bouwen in kleine kernen mogelijk is mits het gaat om inbreiding (invulling van gaten in de bebouwing) en planologisch goed inpasbare beperkte bebouwing aan de randen van die kleine kernen;
  • dat in het buitengebied binnen vrijkomende gebouwen een woonfunctie met passende kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten mag plaatsvinden.

 

Krimp

Krimpgebieden kenmerken zich door een trendmatige afname van het aantal inwoners en huishoudens. Jonge mensen vinden onvoldoende werk en trekken vaak weg. De bestaande bevolking vergrijst. Scholen krijgen het moeilijk. Deze in potentie negatieve spiraal moet zoveel mogelijk doorbroken worden.  De reeds ingezette lijn om dat te doen moet stevig worden doorgetrokken. Daarbij moet nadrukkelijk oog zijn voor de kansen die krimp kan bieden. Door het structureel aanpakken van de door krimp veroorzaakte problemen. Investeren dus!

Het CDA wil:

  • dat de provincie, uiteraard in goede afstemming met andere overheden en het bedrijfsleven, de regierol pakt bij de aanpak van de krimpproblematiek;
  • het ontstaan van samenwerkingsscholen bevorderen, zodat basisscholen voldoende leerlingen houden om goed  onderwijs te bieden;
  • dat er een Rijksopkoopregeling komt voor onverkoopbare particuliere woningen in krimpgebieden;
  • de bereikbaarheid van dorpen op peil houden;
  • dat publieke voorzieningen zoals scholen en medische zorgcentra zo goed mogelijk bereikbaar blijven;
  • dat het openbaar vervoersaanbod voldoende afgestemd wordt op de vraag, met name door het inzetten van kleinschalig openbaar vervoer.

 

Natuur en landschap

De afgelopen jaren is fors geïnvesteerd in natuurontwikkeling. Er is daarin veel vooruitgang geboekt. Er moet echter rekening worden gehouden met een geringer budget van het rijk. Voor het CDA geldt dat kwaliteit gaat boven kwantiteit: als men ergens aan begint doe het dan goed.

Het CDA wil:

  • vasthouden aan de bestaande ecologische hoofdstructuur (EHS) en deze eerst afmaken  en geen nieuwe uitbreiding hiervan met nieuwe verbindings- en bufferzones. Bij de verwerving van gronden dient vrijwilligheid uitgangspunt te blijven;
  • meer inzet van agrarisch natuurbeheer bij het realiseren van de EHS en de rol die de agrarische sector kan spelen in het landschapbeheer benadrukken;
  • dat natuurgebieden goed toegankelijk worden voor het publiek door de aanleg van voet- en fietspaden;
  • geen landschapsvervuiling door zaken als reclameborden en te veel licht;
  • een onverkorte  toepassing en handhaving van de planologische kernbeslissing (PKB) voor de Waddenzee. Met de middelen uit het Waddenfonds dienen de versterking van de natuurwaarde in en rond de Waddenzee en de toeristische ontwikkeling van de Waddenregio te worden bevorderd.

 

Water

In de voorbije jaren zijn maatregelen voorbereid en ten dele tot uitvoering gebracht om het gewenste veiligheidsniveau voor extreme noodsituaties te realiseren. Deze moeten voor 2015 zijn afgerond. Het CDA wenst daaraan vast te houden. Wel maakt het CDA zich zorgen over de steeds hogere waterschapslasten. Naast de waterveiligheid acht het CDA de kwaliteit van het oppervlaktewater van groot belang.

Het CDA wil:

  • zich vooral inzetten voor kleinschalige bergingsgebieden en het bovenstrooms vasthouden van water;
  • investeren in de kwaliteit van het oppervlaktewater in relatie tot de toegevoegde waarde voor gevestigde functies (natuur, recreatie, industrie en landbouw);
  • de functie van de waterschappen niet ter discussie stellen. Wel mag worden gekeken naar de taakverdeling tussen provincie, gemeenten en waterschappen. Daarbij dient de waterveiligheid altijd voorop te staan en de mogelijkheden die het Waterbedrijf Groningen biedt te worden betrokken;
  • in samenwerking met onder andere de Hengelsportfederatie Groningen Drenthe werken aan verbetering van de omstandigheden voor de visstanden.

 

Milieu

De bescherming van ons milieu – water, lucht en bodem – is voor het CDA van wezenlijk belang. Daarbij gaat het vooral om een strikte toepassing en handhaving van bestaande wetten en regels. Dat moet nauwkeurig en deskundig gebeuren. Het CDA vindt dat er milieurendement valt te halen door bij investeringen uit te gaan van duurzaamheid en integraal ketenbeheer.

Het CDA wil:

  • een nauwkeurig en doeltreffend toezicht op de milieuhandelingen van bedrijven en instellingen;
  • een goede communicatie met direct omwonenden van bedrijven en instellingen die onder het provinciaal milieubeleid vallen;
  • concrete toepassingen van principes van duurzaamheid en ketenbeheer ontwikkelen. Op basis daarvan worden heldere en concrete regels ontwikkeld die tot een snelle afhandeling van milieuvergunningen leiden. De provincie werkt in dezen nauw samen met de gemeenten en staat deze waar nodig bij;
  • geen opslag van radioactief en chemisch afval in onze bodem;
  • dat de te bouwen kolencentrales in de Eemshaven zo snel als mogelijk en verantwoord is CO2 gaan afvangen, transporteren en opslaan. Daarmee moet voorkomen worden dat de CO2 de lucht in gaat. De publieke veiligheid van transport en opslag moeten daarbij uiteraard voldoende gewaarborgd zijn.

 

 


4. Sociale samenhang

Sport, kunst en cultuur zijn zaken die voor het CDA van wezenlijk belang zijn omdat die juist een beroep doen op de mens als deel van de samenleving. Een samenleving die berust op wederzijds respect en verantwoordelijkheid voor elkaar waarin mensen zich met elkaar verbonden voelen en waarin zij actief kunnen participeren.

 

Vrijwilligers

Onze provincie kent een groot aantal verenigingen, waarin vrijwilligers een grote rol spelen. In de sport, in de kerken, in het bedrijfsleven, in de cultuur, in het welzijnswerk, in dorps- en wijkraden doen vrijwilligers belangeloos veel werk dat voor de gemeenschap van eminent belang is. Vrijwilligerswerk is het “cement” van onze samenleving. De erkenning daarvan is voor het CDA van wezenlijk belang. De overdracht van waarden en normen in sportclubs, jeugdwerk of andere verenigingen en scholen zijn belangrijk voor onze samenleving en de leefbaarheid in kernen. Goede initiatieven en voorbeelden op dit gebied krijgen ondersteuning in onze provincie.

Het CDA wil:

  • overbodige en knellende regelgeving, bijvoorbeeld als het gaat om subsidieverstrekking, wegnemen en dat de provincie daarvan zelf het voorbeeld geeft in haar subsidieregelingen;

  • ondersteuning van nieuwe vrijwilligersinitiatieven die de leefbaarheid in kernen bevorderen;

  • een provincie die ondersteuning biedt aan de Vereniging van Groninger Dorpen en deze instelling actief betrekt bij haar besluitvorming over lokale aangelegenheden;

  • een blijvende ondersteuning van dorpshuizen door middel van een fonds voor multifunctionele gebouwen.

 

Sport

Gemeenten en de provincie hebben in onze provincie een uniek sportstimuleringsinstrument opgezet: het “Huis voor de Sport”. Die ondersteunt verenigingen bij de verbetering van hun organisatie en het bieden van een goed sportprogramma. Het CDA ondersteunt deze aanpak en wil dat topsport en breedtesport worden gestimuleerd. Topsportevenementen, zoals nationale en internationale kampioenschappen stimuleren deelname aan de sport en zijn goed voor het imago van Groningen.

 

Het CDA wil:

  • dat sportverenigingen kunnen beschikken over goede accommodaties. Het provinciale  sportaccommodatiefonds moet verenigingen  via renteloze leningen blijven bijstaan om hun accommodaties in goede staat te houden;
  • dat de provincie bijdraagt aan een goed klimaat voor topsport, breedtesport en sport voor minder valide mensen;
  • stimuleren dat er topsportevenementen, zoals nationale en internationale kampioenschappen, in Groningen worden gehouden. Dit bevordert de deelname aan de sport en levert een positieve bijdrage aan het imago en de herkenbaarheid van Groningen;
  • dat de provincie gemeenten ondersteunt bij het vormgeven van hun sportbeleid en het maken van dwarsverbanden met andere beleidsterreinen als jeugd, onderwijs en senioren. De ondersteuning vindt plaats via het Huis voor de Sport.

 

Cultuur, kunst en erfgoed

Groningen heeft een rijke culturele historie en een zeer gevarieerd cultureel leven. Het CDA vindt het van belang deze te behouden en op de hoogte van de tijd te houden. Het “Verhaal van Groningen”, de rijkdom en dynamiek van de eigen regio  moet steeds naar buiten worden gebracht. Dit vergroot de aantrekkingskracht van onze provincie en versterkt de identiteit. Het is van belang dat deze cultuur open staat en toegankelijk is voor iedereen.

Het CDA wil:

  • blijvende ondersteuning van instellingen die een belangrijke bijdrage leveren aan het culturele klimaat in onze provincie zoals het Groninger Museum en de streekmusea;
  • specifieke aandacht voor de Groninger orgelcultuur, oude kerken en vestingmusea;
  • voortzetting van steun aan de Groninger taal. Het “Huis van de Groninger Cultuur” is hierin een onmisbare partner doordat zij nieuwe streektaaluitingen in theater, muziek en literatuur mogelijk maakt;
  • amateurkunst ondersteunen door middel van de Regionale Cultuurplannen;
  • een transparante toekenning van subsidies aan instellingen;
  • aantrekkelijke combinaties (arrangementen) tussen instellingen en tussen platteland en stadse voorzieningen stimuleren;
  • bezien of karakteristieke historische gebouwen met culturele waarde, door een andere functietoekenning, behouden kunnen worden.

Regionale media:

RTV Noord heeft een belangrijke plek in de Groningse samenleving. De omroep verdient de steun van de provincie. Het CDA erkent de redactionele autonomie en daarom dient de provincie terughoudend te zijn richting de omroep. De regionale omroep is een belangrijk instrument om de Groningse identiteit te versterken. Door middel van een stimuleringsregeling zou dit versterkt kunnen worden. Door de provincie Groningen zal in Den Haag aandacht gevraagd moeten worden voor de financiering, de positie en potentie van regionale omroepen. De verdeling van de omroepgelden moet worden verbeterd. De provincie stimuleert de samenwerking tussen RTV-Noord en andere regionale en lokale media.

Het CDA wil:

  • RTV Noord voldoende blijven ondersteunen.

 


5. Zorg

Verantwoordelijkheid nemen en dragen voor elkaar is voor het CDA een basiswaarde in onze samenleving . Dat geldt niet alleen voor ons als individu maar even zeer voor de overheid, in dit geval het provinciale bestuur. Basiszorg is de zorg voor gezondheid en welzijn. Veel mensen zijn in staat hun eigen problemen op te lossen. Anderen hebben hulp nodig van mantelzorgers of van voorzieningen waarvoor de gemeenten in het  kader van de WMO verantwoordelijk zijn. Van de provincie wordt gevraagd op te komen voor een goede spreiding van verzorgings- , verpleeg-, en ziekenhuizen.

Het CDA wil:

  • dat er voldoende aanbod is van het aantal woningen voor senioren en zorgvragers;
  • ondersteuning van particuliere initiatieven voor de bouw van kleinschalige groepswoningen en meergeneratiewoningen;
  • vol inzetten op goede en bereikbare basiszorg voor iedereen waarbij handhaving van de huidige regionale ziekenhuizen het uitgangspunt is;
  • een keten van wonen, zorg en welzijn, waardoor een totaaloplossing voor zorgbehoevende mensen kan worden geboden;
  • innovaties in de zorg stimuleren. De toepassing van deze innovaties thuis en op de ‘werkvloer’ zal door de provincie worden bevorderd;
  • ondersteuning van ouderen om zolang mogelijk zelfstandig te wonen. De provincie stimuleert waar mogelijk initiatieven op dit terrein.

 

Jeugdzorg

Met de meeste jongeren gaat het goed. Dat is te danken aan opvoeding door ouders, goed onderwijs en het werk van vrijwilligersorganisaties. Ook jongeren kunnen veel zelf organiseren, vooral als zij een steuntje in de rug krijgen (jeugdhonken, subsidies). Toch zijn er jongeren die tussen wal en schip zijn geraakt. Zij komen in handen van de Jeugdzorg.

Het CDA zet zich al jaren in voor een meer preventieve aanpak waarbij zorg al in een eerder stadium kan worden aangeboden en jongeren dus niet in de feitelijke jeugdzorg terecht komen. De gemeenten zijn verantwoordelijk voor die preventieve zorg o.a. door het functioneren van de Centra voor Jeugd en Gezin. De provincie staat op afstand. Over de opzet van de jeugdzorg, met zijn vele deelorganisaties bestaat echter wel grote zorg. De provincie kan in de coördinatie en stimulering een belangrijke rol vervullen.

 

 

Het CDA wil:

  • meer aandacht voor preventieve jeugdzorg;
  • op het moment, dat dit wettelijk mogelijk is, de jeugdzorg inclusief budget overdragen aan gemeenten, en tot die tijd het invoeren van prestatieafspraken met gemeenten over de instroom in de jeugdzorg overwegen;
  • bevorderen dat er afspraken over nazorg worden gemaakt  tussen jeugdzorgaanbieders, Bureau Jeugdzorg, woning­corporaties, het onderwijs en gemeenten over de huisvesting, opvang en begeleiding  en stageplaatsen van jongeren die de jeugdzorg verlaten. Dit om te zorgen dat jongeren zichzelf kunnen redden en te voorkomen dat het later alsnog weer mis gaat en jongeren opnieuw in zorgtrajecten terecht komen;
  • dat de provincie zorg draagt voor de uitwisseling van ervaringen die verschillende gemeenten hebben met de organisatie van de jeugdzorg.

 

 


6. Burger en bestuur

Het CDA gaat uit van het beginsel van gespreide verantwoordelijkheid. Voor de provincie houdt dat in dat zij zich niet moet inlaten met zaken die veel beter op het niveau van de gemeenten kunnen worden afgehandeld. Die staan het dichtst bij de inwoners. Tevens moet de provincie op haar eigen beleidsterreinen de inwoners van onze provincie zo veel mogelijk bij de besluitvorming betrekken. Betrokkenheid verhoogt de kans op doelmatigheid. De provincie moet erop toezien dat de bestuurskracht van gemeenten op peil blijft dan wel komt.

Het CDA wil:

  • een provincie die uitgaat van de betrokkenheid van de inwoners en hun verbanden bij de publieke zaak.  Het CDA wil dat het college van GS bij alle relevante beleidsvoorstellen een kort en bondig verslag doet op welke wijze aan dit uitgangspunt vorm is gegeven;
  • het burgerinitiatief blijven ondersteunen;
  • geen referenda op de beleidsterreinen van de provincie. De representatieve democratie zoals die door het CDA wordt voorgestaan en waarin de gespreide verantwoordelijkheid voorop staat mag niet worden uitgehold;
  • de bestuurskracht van gemeenten stimuleren. Uitgangspunt moet de gemeentelijke autonomie zijn. Zij staan het dichtst bij de burger. Door de terecht toegenomen verantwoordelijkheid van de gemeenten op allerlei gebieden moeten zij zich wel bewust zijn van hun mogelijkheden die op doelmatige wijze waar te maken. De provincie moet hierin, mede door middel van monitoren, een belangrijke stimulerende regie voeren;
  • uitgaan van de zelfstandigheid van de gemeenten. Inwoners hebben een historisch gegroeide binding met hun gemeente. Gemeentelijke herindelingen zijn alleen acceptabel als de gemeenten zelf daartoe besluiten, dan wel indien zich concrete bestuurlijke knelpunten voordoen die niet anders dan door herindeling zijn op te lossen. De provincie volgt of zich dergelijke knelpunten voordoen en neemt in voorkomende gevallen, na overleg met de desbetreffende gemeente(n)het initiatief voor een herindeling;
  • de samenwerking tussen de drie Noordelijke provincies (SNN) versterken. Door als eenheid op te treden wordt de onderhandelingskracht ten opzichte van het Rijk en de EU versterkt en wordt de roep om tot provinciale herindeling over te gaan bestreden.

 


7. Financiën en organisatie

Het financieel perspectief voor de provincie Groningen is door de recente landelijke bezuinigingen fors onder druk komen te staan. Ondanks de genomen maatregelen op de provinciale begroting is niet uit te sluiten dat er nieuwe Rijksbezuinigingen op ons af komen. Desondanks wil het CDA dat de provincie Groningen een gedegen financieel beleid blijft voeren. Daarbij staan de volgende uitgangspunten centraal:
1. een structureel sluitende meerjarenbegroting;
2. voldoende flexibiliteit in de begrotingen om te kunnen inspelen op nieuwe ontwikkelingen;
3. nu de aandelen Essent zijn vervreemd een dusdanige vermogenspositie opbouwen dat ook toekomstige generaties daarvan profijt hebben;
4. een voldoende reservepositie opbouwen dat eventuele risico’s en tegenvallers kunnen worden opgevangen.

Indien het rijk de motorrijtuigenbelasting afschaft dient de provincie daarvoor in de plaats een ander eigen belastinggebied te krijgen, die wat de opbrengst betreft vergelijkbaar is met de bestaande opcenten van die belasting en de vrije ruimte (dat is dat deel wat de provincie wel mag heffen maar waarvan geen gebruik is gemaakt omdat daartoe de noodzaak ontbrak). Het CDA vindt dat er een directe relatie moet bestaan tussen een eventuele verhoging van de provinciale belastingen en de verhoging van specifieke uitgaven van de provincie. Zo weet de burger waaraan zijn of haar geld wordt besteed en kan de provincie daarover verantwoording afleggen. Ook een andere belasting dan de genoemde opcenten moet aan deze vereisten voldoen. Dat andere stelsel mag niet worden gebruikt om de bestaande belastingdruk te veranderen. De provincie voert immers geen inkomensbeleid.

Indien het rijk op een bepaald terrein bezuinigt, dient die bezuiniging in beginsel rechtstreeks ten laste te worden gebracht op het desbetreffende begrotingsonderdeel van de provincie.

De provincie heeft in 2010 een pakket van bezuinigingsmaatregelen genomen. Het CDA heeft daarmee ingestemd.

Het CDA wil:

  • een structureel evenwichtige begroting hetgeen inhoudt dat geen lasten naar de toekomst mogen worden doorgeschoven;
  • vasthouden aan de afgesproken strikte spelregels met betrekking tot het beheer van de financiële budgetten , inclusief de rol en verantwoordelijkheden van de Staten daarin;
  • omdat de aandelen Essent inmiddels zijn verkocht, de opbrengsten daarvan dusdanig blijven beheren dat een deel van de daaruit voortvloeiende inkomsten kunnen worden aangewend voor toekomstige generaties door middel van kapitaalsuitgaven;
  • handhaving van het zelfstandige belastingregime (opcenten motorrijtuigenbelasting) van de provincie. Als die wordt opgeheven dient daar een andere belasting voor in de plaats te komen;
  • de opcenten mogen alleen worden verhoogd met het percentage waarmee de kosten van levensonderhoud stijgen. Slechts in uitzonderlijke omstandigheden mag daarvan worden afgeweken. Dat moet dan wel helder en transparant aan de inwoners worden uitgelegd;
  • de bestuurskosten verminderen. Nu de ambtelijke staf moet worden ingekrompen moet GS  zichzelf ook beperkingen opleggen.

 

 

8.Tot slot

Dit verkiezingsprogramma heeft twee doeleinden. Allereerst geeft het weer wat de visie is van het CDA in de provincie Groningen op een groot aantal beleidsterreinen. De inwoners van onze provincie kunnen hierdoor zien waar het CDA voor staat. Verder vormt dit programma een leidraad voor de te verkiezen CDA-leden van Provinciale Staten bij hun optreden in die Staten en voor de eventuele onderhandelingen over de vorming van een college van Gedeputeerde Staten.

 

       Op- of aanmerkingen kunnen worden verzonden aan:

       cdagroningen@online.nl

Trefwoorden

Naar overzicht

Terug naar boven

Copyright © 2014 CDA