
Het is een goed uitgangspunt dat het zwaartepunt van het Techniekpact in de regio ligt. Daarbij is het wel belangrijk om in de gaten te houden dat er ook daadwerkelijk geld in een regionale structuur wordt geïnvesteerd. Door die structuur te versterken kan er een goede uitwisseling tot stand komen tussen onderwijs, overheid, ondernemers en ouders. Daarmee worden de kansen op werk en een goede lokale economie vergroot. Gebeurt dit niet, dan heeft de Landelijke Regiegroep Techniekpact wel iets uit te leggen. Dat zei Agnes Mulder tijdens een Algemeen Overleg over het Techniekpact. Het pact is een overeenkomst die dit voorjaar werd gesloten tussen werknemers, werkgevers, het onderwijsveld, het kabinet en regionale overheden.
Mulder benadrukte opnieuw het belang van doorlopende leerlijnen. Actuele kennis van docenten maakt de docent en daarmee de student immers enthousiast voor de techniek. Studenten moeten een duidelijk toekomstperspectief aangeboden krijgen bij de keuze voor een baan. Ook vroeg ze aandacht voor docentstages. “Dit kan structureel worden opgenomen in het P&O beleid van de scholen. Actuele kennis van docenten maakt de docent en daarmee de student enthousiast voor de techniek.”
Doel van het pact is om ter zorgen dat er meer geschoolde vakmensen komen. Zo wordt er o.a. naar gestreefd dat er in 2020 aandacht voor techniek is op alle basisscholen. Er wordt een investeringsfonds opgericht om techniek in het onderwijs te stimuleren. Er komen duizend beurzen per jaar beschikbaar voor techniekstudenten om ze te binden aan het bedrijfsleven. Verder wordt er honderd miljoen euro uitgetrokken om de technische kennis van docenten te vergroten en drie honderd miljoen euro voor bij- en omscholing van mensen met interesse in techniek.