Zoeken

Groningen

Naar CDA.nl

30/06/2010Algemene Beschouwingen

Categorie: Groningen

De Algemene Beschouwingen (behandeling Voorjaarsnota) hebben op 30 juni plaatsgevonden. Het CDA heeft gekozen voor het thema 'Dialoog in de Samenleving'.

Dialoog in de samenleving

Algemene Beschouwingen, 30 juni 2010

Voorzitter,

Wij gaan het laatste jaar in van deze Collegeperiode. Een moment om stil te staan bij hetgeen met de als bijzonder plezierig ervaren samenwerking tot op heden is bereikt.

Er is in deze collegeperiode een opener speelveld ontstaan, waarin de oppositie nadrukkelijk meer betrokken is. Denk aan onderwerpen als de verdubbeling van de N33, de cultuurcriteria en extra cultuurgelden, de opdracht tot het onderzoek naar de Blauwe stad en de jeugdzorg/ de ronde tafel gesprekken.

Het College heeft laten zien over een grote veerkracht te beschikken; hetgeen overigens ook geldt voor de Staten zelf. Is de Collegeperiode begonnen met het verdelen van een groot beschikbaar budget aan investeringsgelden, de omslag naar de bezuinigingsopgave moest afgelopen jaar ineens worden gemaakt. En tussendoor is het provinciaal omgevingsplan ingevuld. Dit is het College dat de RSP-gelden heeft binnengehaald, een investeringsagenda heeft vorm gegeven, dat de verdubbeling van de N33, de zuidelijke ringweg, een grootschalige openbaar vervoer-upgrading en de spoorlijn naar Veendam heeft opgepakt. Een college ook dat de ruimtelijke opgave heeft opgepakt in een nieuw Provinciaal OmgevingsPlan, waarbij de verschillen duidelijk zichtbaar werden, maar een eenheid tot stand is gekomen. Daarnaast is de werelderfgoedstatus voor het waddengebied een feit geworden; wordt gewerkt aan een nieuwe invulling van de Blauwe Stad en is de jeugdzorg in de greep gekregen, waarvoor complimenten.

Voorzitter, de economische situatie in Nederland is kwetsbaar. De afgelopen tien jaar is veel extra geld in het Noorden geïnvesteerd. Dit in samenwerking tussen overheden, het bedrijfsleven en instellingen en organisaties. De noordelijke economie is daardoor krachtiger geworden. Tegelijkertijd moeten we ook erkennen dat we er nog niet zijn. De economie is nog steeds kwetsbaar, de werkloosheid is nog steeds behoorlijk boven het landelijk gemiddelde (ter illustratie: ten opzichte van februari 2009 is de werkloosheid hier gegroeid met 11,,3% waardoor wij nu een percentage niet-werkende werkzoekenden hebben van 9,5%, het hoogste van de Noordelijke provincies en 2,6% hoger dan het landelijk gemiddelde). De versnellingsagenda heeft op dit terrein nog niet gebracht wat we ervan hebben verwacht.

Ook moeten we gelukkig constateren dat veel ondersteuning plaats vindt in de vorm van projecten op het gebied van energy valley en healthy ageing. Zeer belangrijk, het levert deze provincie een profiel op, en werkgelegenheid. Echter, er is meer nodig, ook buiten deze sectoren is er in het Noorden veel bedrijvigheid: denk aan de kleine mkb’ers, de landbouwondernemers, en al die mensen die een kleinschalig bedrijf aan huis hebben als zelfstandige. Ook daar moet op worden ingespeeld naar onze mening. Deze ondernemers moeten worden gefaciliteerd.

In het Provinciaal OmgevingsPlan en de provinciale omgevingsverordening zit die ruimte er. Er is meer mogelijk dan er nu uit komt. We moeten de kwaliteitselementen als uitgangspunt nemen, om vervolgens te komen tot het maken van plannen, tot vooruit komen. Denk hierbij aan uitbreidingsmogelijkheden voor bedrijvigheid, andere bestemmingen voor leegstaande panden, zoals voormalige boerderijen. Er moet snelheid komen in het proces, vanuit een meedenkende overheid. En er moet sneller duidelijkheid zijn voor een ondernemer wat wel of niet kan. Wij roepen het College op om de mogelijkheden die de verordening biedt ten volle te benutten. En om zelf termijnen te stellen waarbinnen de procedure voor vergunningverlening afgelopen moet zijn.

En dat vereist ook een cultuuromslag binnen de provincie. De meer ontwikkelgerichte afdelingen dienen te gaan denken vanuit de intrinsieke waarde van een gebied, de kwaliteiten om van daaruit een gebied verder te ontwikkelen. De beheersafdelingen dienen juist meer te gaan denken vanuit ontwikkelmogelijkheden en wederzijdse versterking dan vanuit het conserveren van enkel bestaande waarden. Dat vereist een interne dialoog tussen het behoud van de kwaliteit en benutten van ontwikkelingskansen, met het oog naar de toekomst.

Maar het vereist ook een inzet naar buiten. Er moet maatschappelijk draagvlak zijn. En ook dat vereist een dialoog, tussen het maatschappelijk middenveld, waaronder natuurorganisaties, bedrijfsleven en de overheid. Deze moeten zich vinden rond de opgave wat is nodig en wat is mogelijk en hoe brengen we dit samen.

Als we deze opgave tot een succes weten te maken, als we met een positieve grondhouding op een verantwoorde manier ontwikkelingen mogelijk willen maken, dan hebben we de handvaten voor een boost van de Groningse economie: de parels van grote ontwikkelingen als energy valley en healthy ageing gecombineerd met de kleine locale ondernemersparels.

Voorzitter, de economische crises heeft nog een gevolg gehad, ik heb het in de inleiding al kort aangesneden. Deze provincie staat voor de implementatie van een enorme bezuinigingsopgave op het gebied van de overheidsfinanciën. We hebben minder inkomsten en moeten daarom scherpe keuzes maken.

Daarom ook hebben wij wederom gehamerd op een volwaardige set van criteria om cultuursubsidies te kunnen verstrekken. Cultuur is immers een belangrijk aspect in leefbaarheid, in het voorzieningen niveau, maar ook een belangrijk economisch aspect. Naar aanleiding van de vorige cultuurnota hebben we als CDA gepleit voor meer transparantie in de beoordeling van instellingen en de opbouw van het subsidiebedrag. Daar waar het in het verleden onduidelijk was waarom instellingen subsidie krijgen en de hoogte wat de hoogte van het bedrag bepaalde, werd dan ook wel gesproken van een toekenning op basis van een “ik mag je gehalte”. Hier willen we als CDA vanaf. Het moet meer helder worden waarom instellingen een subsidie krijgen en wat de onderbouwing is van het subsidiebedrag. Het college komt met de aanvullende brief met criteria tegemoet aan deze wens van de Staten.

Wel vinden wij het van belang dat in het adagium geld volgt beleid, dat de bedragen die in de voorjaarsnota genoemd staan (blz. 123) eruit gaan en er gesproken wordt over één totaalbudget. Weliswaar heeft de gedeputeerde aangegeven dat de bedragen gelezen moeten worden als taakstellingen en dit geen harde toegezegde bedragen zijn; maar wij vinden dat aan de hand van criteria de commissie de bedragen moet verdelen op basis van de financiën die uit de taakstelling blijken. Op deze manier kunnen ook keuzes onderbouwd worden gemaakt.

Eén van de keuzes in een ander beleidsveld, is dat wij vinden dat de EHS moet worden afgemaakt, en dat er een kwalitatief hoogwaardige invulling moet komen van de EHS. Kwaliteit voor kwantiteit. Wat ons betreft gaat het College bij het Rijk bepleiten dat de absurde eisen die het Rijk stelt ten aanzien van robuuste verbindingszônes, en waar ze vervolgens het geld niet in voldoende mate voor beschikbaar stelt, van tafel gaan. De effecten van die zones zijn veelte rigoureus (denk aan100-en ha op de lijn stadskanaal, ter maars, veenhuizen, onstwedde, smeerling, vlagtwedde). En roep het Rijk daarbij tevens op om voldoende geld vrij te maken om de EHS kwalitatief hoogwaardig in te richten en te beheren.

Betekent dit dat er geen verbindingen moeten komen tussen de diverse natuurgebieden? Integendeel: laten wij hier gebruik maken van die groep in onze samenleving die van oudsher tot op de dag van vandaag het dicht bij de natuur staat. Laten we in plaats van op landelijke schaal miljarden te stoppen in onzinnige oplossingen, de doelstellingen van verbindingszônes op een veel goedkopere en meer voor de hand liggende manier realiseren: via agrarisch natuurbeheer.

Op deze manierwil het CDA:

· Geld besparen; geld wat we goed kunnen gebruiken;

· Kwaliteit leveren, en het bestaande goed afronden;

· Niet nog meer landbouwgrond aan de ondernemer ontrekken, maar zorgen dat deze juist volwaardig en op een verantwoorde manier, dicht bij zijn natuur kan ondernemen.

Daartoe dienen we de volgende motie in.

Kan het College de CDA-fractie toezeggen dat zij deze dialoog met het Rijk, natuurorganisaties en agrariërs wil aangaan?

Een andere keuze die onze fractie bij de bezuinigingsopgave heeft gemaakt is, na te hebben geluisterd naar de geluiden uit de sector, geld beschikbaar te houden voor het financieel ondersteunen van kleinschalige projecten op het gebied van recreatie en toerisme. Dat zijn juist de projecten waarvoor gezien de schaal geen Europees geld nodig is, maar waar werk met geld wordt gemaakt. We hebben dan ook geen ambtenaren nodig, maar kleine ondernemers die iets willen, die een project opzetten. De voorgestelde apparaatsaanwending van het beschikbare geld voor het in stand houden van ambtelijke ondersteuning is dus nadrukkelijk niet wat de motie beoogde. Hetgeen overigens, maar dat terzijde, ook geldt voor de motie aangaande regionaal (gebiedsgericht) beleid. Wij vragen het College dan ook om beide moties uit te voeren conform de daarin verwoorde intentie en doelstelling. (eventueel in 2e termijn amendement)

Voorzitter, de economische crises heeft ook zijn effect gehad op de huizenmarkt. En indirect daarmee ook op de huishouding van lagere overheden. Woningbouwprojecten staan onder druk, de OZB-inkomsten vallen tegen. Maar ook voor de provinciale woningbouwopgave en transitie heeft het gevolgen.

Daar kan het College haar ogen niet voor sluiten. En dat heeft zij ook niet gedaan. Zij overweegt een transitiefonds te creëren. En zij heeft haar maatschappelijke verantwoordelijkheid genomen toen het project Blauwe Stad vast liep en de ontwikkeling in publieke handen is genomen. De discussie over de invulling van dit project loopt nog volop: de aanzet tot een ontwikkelingsvisie ligt er. En de externe evaluatie van het project verschijnt morgen.
Een ander groot project is Meerstad. Ook hier is maatschappelijke verantwoordelijkheid in het geding. Meerstad brengt in financieel opzicht een stevige last met zich mee voor de trekkende gemeenten. Naar wij hebben begrepen zijn de maandelijkse rentelasten enorm. En daarnaast leidt iedere vertraging in de uitvoering tot misgelopen OZB-inkomsten, die wel waren ingecalculeerd. Maar ook voor de woningmarkt als geheel is Meerstad een maatschappelijke verantwoordelijkheid: het gaat om 10-duizend woningen. Wat als de gemeenten Slochteren en Groningen het niet trekken? Wat als zij een financieel beroep op de provincie doen? Wat als deze gemeenten door financiële overwegingen gedreven tot een andere kwalitatieve planinvulling komen? Welke concurrentie ontstaat er dan met de Blauwe Stad, met de regiovisie Assen-Groningen, met de kleinschalige woningbouw elders in de provincie? Welke desastreuze gevolgen kan dit hebben voor het landschap?Hier is duidelijk sprake van een behoefte aan solidariteit. De Stad en Ommeland zijn wederzijds afhankelijk in deze. En daar ligt naar de mening van de CDA-fractie een opgave voor het College: College blijf aan tafel, ga de dialoog aan met de Stad, en ga de regio in!

In dat opzicht zijn wij blij dat het College op dit moment al een diepgaand onderzoek laat doen naar de woningmarkt en de opgave op dat terrein.

En over woningen en opgaven gesproken, voorzitter.

Duurzaamheid is een belangrijke opgave. En dan moet een verbazing door ons hart worden gelucht: het 100-duizend woningenplan. Hoe kan het dat we straks alleen in de bestaande bouw iets doen, dat ook nog eens heel veel geld kost? En de nieuwbouweisen niet van de grond komen? Wat kunnen we van dit traject leren? Kan het College daarop ingaan?
Zijn wij als overheid niet te sturend geweest? Hebben we gedacht dat we de eisen wel aan de sector kunnen opleggen? Voorzitter, als CDA-fractie vragen wij ons af, of ook hier niet de dialoog het gewenste draagvlak had kunnen brengen?

Voorzitter tot slot, ondernemen, innovatie en daarmee werkgelegenheid en inkomen, een kwalitatief hoogwaardig leefomgeving, woningen die aansluiten op de behoefte en vraag, dan heb je de basis te pakken voor leefbaarheid, vitaliteit en daarmee ook voor het in stand houden van een voorzieningenniveau dat aansluit bij de behoefte. En daarmee raak je de kern van de aanpak van het onderwerp krimp.

Eén element dat daar nog van invloed is, is bereikbaarheid.

In mijn inleiding heb ik de OV-opgave al aangestipt. Maar ook ten aanzien van de wegmobiliteit gebeurd er veel in deze provincie in de komende jaren. En dat moet ook: voor het ommeland zal wegmobiliteit van belang blijven. Nu de financiering rond is en de N33 wordt verdubbeld, vragen we het College een maximale inzet te plegen om deze weg over te nemen van het Rijk om zo een verdubbeling van de weg vanaf Zuidbroek naar Appingedam dichterbij te brengen. Ga die dialoog aan!

Kan het College de mobiliteitsgevolgen van het doortrekken van de N33 tot Appingedam in kaart brengen, alsmede de effecten die dit geeft op de N360, de N387 en de ringweg Groningen? Daarnaast zouden we graag een raming ontvangen van de kosten voor de verdubbeling van de noordzijde van de N33 voordat de uitkomsten van de MER rond de N360 afgerond zijn. Dit om een integrale afweging te kunnen maken over de bereikbaarheid van het Eemsmondgebied.

Voor de ontsluiting van het Eemsmondgebied kunnen bij een verdergaande verdubbeling van de N33 namelijk die N33 en de N46 primair van belang zijn, hier speelt doorstroming als thema centraal een rol; waarbij de N360 en de N387 dan vervolgens primair gebiedsontsluitingswegen worden, waar veiligheid als thema speelt. Vanuit die gedachtegang kunnen keuzes worden gemaakt en beschikbare gelden dan effectief worden aangewend.

Voorzitter, afsluitend, de elementen waarmee de leefbaarheid van deze provincie kan worden verbeterd, zijn genoemd. Dat oppakken kunnen we niet alleen. Dat moet in een dialoog met gemeenten, en naar onze mening zeker ook met de Vereniging van Groninger Dorpen. Als het gaat om het leefbaarheidsfonds, dan zien wij dat in de voorjaarsnota een voorschot wordt genomen op bestedingen en dat in de aanvullende brief op de voorjaarsnota een voorschot wordt genomen op criteria. In navolging van de cultuursubsidies, vinden wij als CDA-fractie ook hier dat een volwaardige set van criteria moet worden opgesteld. Die criteria moeten er voor zorgen dat het geld daar terecht komt waar het nodig is, waar de provincie het onderscheid kan maken, en waar het effect heeft, dus doelmatig en efficiënt kan worden besteed. Gebruik de dialoog met gemeenten en de Vereniging van Groninger Dorpen om de behoefte scherp in beeld te krijgen.

Voorzitter, naar de mening van de CDA-fractie is de verwoorde maatschappelijke dialoog de sleutel tot draagvlak voor een leefbare provincie, ook in de nabije en verre toekomst.

 

Trefwoorden

Naar overzicht

Terug naar boven

Copyright © 2014 CDA